We hebben twee zware verliezen in één klap geleden. Uit onze rangen werden twee leiders neergeschoten van wie de namen voor altijd in de geschiedenis van de arbeidersrevolutie zullen gegrift zijn: Karl Liebknecht en Rosa Luxemburg. Ze zijn omgekomen. Ze werden vermoord. Ze zijn niet meer bij ons.

Karl Liebknecht was voorheen al bekend, maar zijn naam kreeg wereldwijd belang in de eerste maanden van de vreselijke slachtpartij in Europa. Het werd een naam van revolutionaire eer, van de belofte van een overwinning die zou komen. In die eerste weken, toen het Duitse militarisme zijn orgie van geweld en de eerste triomfen vierde, in die weken toen de Duitse troepen door België stormden en Belgische forten als kaartenhuisjes in elkaar deden storten, toen het Duitse 420 millimeter kanon heel Europa leek te zullen onderwerpen aan Wilhelm, in die dagen en weken toen de officiële Duitse sociaaldemocratie onder leiding van Scheidemann en Ebert een patriottische knieval deed voor het Duitse militarisme, waarvoor toen schijnbaar alles boog - zowel de buitenwereld (het veroverde België en Frankrijk waarvan het noorden bezet werd door de Duitsers) als het binnenland (niet alleen de Duitse Junkers, niet alleen de Duitse burgerij, niet alleen de chauvinistische middenklasse, maar niet in het minst ook de officieel erkende partij van de Duitse arbeidersklasse); in die zwarte en vreselijke dagen klonk er vanuit Duitsland een rebelse stem van protest, woede en verontwaardiging. Dit was de stem van Karl Liebknecht. Hij weerklonk door de hele wereld.

In Frankrijk stond de stemming van brede lagen onder invloed van de Duitse slachtpartij en riep de heersende partij van de Franse sociaalpatriotten de werkenden op om niet voor het leven maar tot de dood te strijden (en hoe kon dit anders als het ‘gehele volk’ van Duitsland ernaar hunkerde om Parijs in te nemen!). Maar toch weerklonk de stem van Liebknecht zelfs in Frankrijk met zijn waarschuwing en ontnuchterende boodschap, zijn explosieve antwoord op de barricades van leugens, laster en paniek. Het kon aangevoeld worden dat enkel Liebknecht de verstikte massa’s vertegenwoordigde.

Zelfs toen was hij niet alleen. Hij kwam vanaf de eerste dag van de oorlog hand in hand naar voor met de moedige, onwankelbare en heldhaftige Rosa Luxemburg. De rechteloosheid van het Duitse burgerlijke parlementarisme gaf haar niet de mogelijkheid om vanuit het parlement te protesteren zoals Liebknecht, waardoor haar stem minder gehoord werd. Maar haar aandeel in het ontwaken van de beste elementen van de Duitse arbeidersklasse is zeker niet minder dan dat van haar kameraad in strijd en dood, Karl Liebknecht. Deze twee strijders waren zo verschillend van karakter en toch zo nauw met elkaar verbonden. Ze vulden elkaar aan en gingen onbuigzaam op weg naar een gemeenschappelijk doel. Ze kwamen samen de dood tegen en gingen zij aan zij de geschiedenis is.

Karl Liebknecht vertegenwoordigde de oprechte en voltooide belichaming van een onverzoenlijke revolutionair. In de laatste dagen en maanden van zijn leven zijn er ontelbare legendes rond zijn naam ontstaan: onnoemlijk wreedaardige in de burgerlijke media, heldhaftige op de lippen van de werkende massa’s.

In zijn persoonlijk leven was Karl Liebknecht slechts een toonbeeld van goedheid, eenvoud en broederschap. Ik ontmoette hem voor het eerst meer dan 15 jaar geleden. Het was een charmante, aandachtige en sympathieke man. Hij had een zekere vrouwelijke zachtheid, in de beste zin van het woord. Naast deze tederheid onderscheidde hij zich door het uitzonderlijke hart vol revolutionaire wil om te strijden tot de laatste druppel bloed om te bekomen wat hij als juist en waar beschouwde. Zijn geestelijke onafhankelijkheid bleek al in zijn jeugd toen hij meer dan eens zijn mening verdedigde tegen de onbetwiste autoriteit van Bebel in. Zijn werk onder de jeugd en zijn strijd tegen de militaire machine van de Hogenzollern werden gekenmerkt door grote moed. Uiteindelijk ontdekte hij zijn volledige kracht toen hij zich uitsprak tegen de dolgedraaide oorlogszuchtige burgerij en de verraderlijke sociaaldemocratie in de Duitse Reichstach waar de atmosfeer helemaal doordrenkt was van chauvinisme. Hij ontdekte de volledige omvang van zijn persoonlijkheid toen hij als soldaat een openlijke oproep tot opstand tegen de burgerij en het militarisme deed op het Potsdamplein in Berlijn. Liebknecht werd opgepakt. De gevangenis en de dwangarbeid hebben hem niet gebroken. Hij wachtte in zijn cel en voorspelde met zekerheid. Hij werd bevrijd door de Novemberrevolutie van vorig jaar. Hij stond eens te meer aan het hoofd van de beste en meest vastberaden elementen van de Duitse arbeidersklasse. Spartacus bevond zich in de rangen van de Spartakisten en kwam om met hun vlag in zijn handen.

De naam van Rosa Luxemburg is in andere landen minder bekend dan bij ons in Rusland. Maar we kunnen met zekerheid zeggen dat ze zeker niet moest onderdoen voor Karl Liebknecht. Rosa Luxemburg was klein van gestalte, broos, ziek, met edele trekken in haar gezicht, mooie ogen en een scherpe geest waarmee ze haar moedige standpunten bracht. Ze had zich de marxistische methode eigen gemaakt zoals een lichaam de eigen organen beheerst. Het marxisme stroomde door haar bloed.

Ik heb al gezegd dat deze twee zo verschillende leiders elkaar aanvulden. Ik wil dit benadrukken en uitleggen. Als de intrinsieke revolutionair Liebknecht gekenmerkt werd door een vrouwelijke tederheid op persoonlijk vlak, dan werd deze broze vrouw gekenmerkt door een mannelijke sterkte in haar denken. Ferdinand Lasalle sprak ooit over de fysieke kracht van het denken, over de bevelende kracht van het denken als het materiële obstakels op zijn pad lijkt te overwinnen. Dat is de indruk die je kreeg toen je met Rosa praatte, haar artikelen las of toehoorde als ze vanop het podium sprak tegen haar vijanden. En ze had veel vijanden! Ik herinner me dat ze op een congres, ik denk in Jena, met haar hoge stem, gespannen als een draad, door het wilde protest van opportunisten uit Beieren, Baden en elders brak. Hoe hard moeten ze haar gehaat hebben! En hoe sterk moet zij hen veracht hebben! Rosa was klein en fragiel gebouwd, maar ze betrad het platform van het congres als de verpersoonlijking van de arbeidersrevolutie. Door de kracht van haar logica en de kracht van haar sarcasme legde ze de meest toegewijde tegenstanders het zwijgen op. Rosa wist hoe ze de vijanden van de arbeidersklasse moest haten en daarom wist ze bij hen ook haat jegens haar op te wekken. Ze hadden haar al snel opgemerkt.

Vanaf de eerste dag, eigenlijk van het eerste uur van de oorlog, begon Rosa Luxemburg een campagne tegen chauvinisme, tegen de patriottische druk, tegen het wankelen van Kautsky en Haase en tegen de vormeloosheid van de centristen; voor de revolutionaire onafhankelijkheid van de arbeidersklasse, voor internationalisme en voor de arbeidersrevolutie.

Ja, ze vulden elkaar aan!

Met de kracht van haar theoretische denken en haar capaciteiten om te veralgemenen stak Rosa Luxemburg met voorsprong niet alleen boven haar tegenstanders uit maar ook boven haar kameraden. Ze was een geniale vrouw. Haar stijl was gespannen, precies, briljant en genadeloos. Dit zal steeds de echte spiegel van haar denken blijven.

Liebknecht was geen theoreticus. Hij was een man van directe actie. Van nature uit was hij impulsief en gepassioneerd. Hij beschikte over een uitzonderlijke politieke intuïtie, een goed besef van de massa’s en van de situatie. Tenslotte beschikte hij over een ongeëvenaarde moed van revolutionair initiatief.

Voor een analyse van de interne en internationale situatie waarin Duitsland zich bevond na 9 november 1918, alsook van de revolutionaire vooruitzichten, moest in de eerste plaats naar Rosa Luxemburg gekeken worden. Een oproep tot onmiddellijke actie en, op een bepaald ogenblik, tot een gewapende opstand zou eerder van Liebknecht komen. Deze twee strijders konden elkaar niet beter aangevuld hebben.

Luxemburg en Liebknecht hadden amper de gevangenis verlaten of ze gingen samen voorwaarts, deze onuitputtelijke revolutionaire man en deze onverzettelijke revolutionaire vrouw stonden samen aan het hoofd van de beste elementen van de Duitse arbeidersklasse in de nieuwe veldslagen en beproevingen van de arbeidersrevolutie. Op de eerste stappen langs deze weg heeft een verraderlijke slag beiden neergehaald.

De reactie kon geen betere slachtoffers uitgekozen hebben. Wat een slag! En het is niet verwonderlijk. De reactie en de revolutie kenden elkaar erg goed, in dit geval werd de reactie verpersoonlijkt in de leiders van de vroegere partij van de arbeidersklasse, Scheidemann en Ebert. Hun namen zullen steeds in het zwartboek van de geschiedenis voorkomen wegens hun schandalige verantwoordelijkheid voor deze verraderlijke moorden.

Het klopt dat er officieel Duits nieuws kwam waarin de moord op Liebknecht en Luxemburg werd afgedaan als een “misverstand” op straat als gevolg van een gebrek aan waakzaamheid door een wacht terwijl er een woedende menigte was. Er is een juridisch onderzoek aangekondigd. We weten maar al te goed dat de reactie zelf de ‘spontane’ woede tegen revolutionaire leiders opzet, net zoals dit in de Julidagen gebeurde in Petrograd. We herinneren maar al te goed hoe benden van de Zwarte Honderd opgevorderd werden door Kerenski en Tsereteli om tegen de bolsjewieken te strijden en de arbeiders terroriseerden. Deze benden vermoordden de leiders van de arbeiders en keerden zich tegen individuele arbeiders op straat. De naam van de arbeider Voinov, vermoord bij een ‘misverstand’ op straat, zal steeds herinnerd worden. Als we Lenin toen konden redden, was het enkel omdat hij niet in handen van de Zwarte Honderd was gevallen. Er waren toen goedbedoelende mensen onder de mensjewieken en de sociaal-revolutionairen die klaagden dat Lenin en Zinovjev, die ervan beschuldigd werden Duitse spionnen te zijn, niet voor de rechtbank verschenen om de laster te beantwoorden. Maar voor welke rechtbank? Voor een rechtbank op dezelfde weg waarlangs Lenin net als Liebknecht zou moeten ‘vluchten’? Indien Lenin niet neergestoken of geschoten werd, zou het officieel verslag van Kerenski en Tsereteli ongetwijfeld vermeld hebben dat de bolsjewistische leider door een soldaat vermoord werd bij een vluchtpoging. Neen, na de vreselijke ervaring in Berlijn hebben we tien keer meer redenen om er ons op te verheugen dat Lenin zich niet aanbood voor een schijnproces en voor geweld zonder proces.

Maar Rosa en Karl zijn niet ondergedoken. De hand van de vijand greep hen stevig vast. En die hand heeft hen verstikt. Wat een slag! Wat een treurnis! En wat een verraad! De beste leiders van de Duitse Communistische Partij zijn niet meer - onze grote kameraden zijn niet meer onder de levenden. En hun moordenaars volgen de vlag van de Sociaaldemocratische Partij waarbij ze het lef hebben om hun geboorterecht af te leiden van niemand anders dan Karl Marx! Wat een schande, wat een pervers bedrog! Denkt u maar eens, kameraden, dat de ‘marxistische’ Duitse sociaaldemocratie, de moeder van de arbeidersklasse, van de eerste dagen van de oorlog het ongebreidelde Duitse militarisme steunde toen België en de noordelijke provincies van Frankrijk werden veroverd. De partij die de Oktoberrevolutie verried aan het Duitse militarisme tijdens de vredesonderhandelingen van Brest, dat is de partij waarvan de leiders Scheidemann en Ebert nu zwarte benden organiseren om de helden van de Internationale, Karl Liebknecht en Rosa Luxemburg, te vermoorden.

Wat een monsterlijke historische perversie! Als je door de eeuwen heen kijkt, zie je een zekere parallel met het historische lot van het christendom. De evangelische leer van de slaven, vissers, werkenden, de onderdrukten en al wie verpletterd werd onder het juk van de slavenmaatschappij, deze opkomende doctrine van arme mensen, werd gerecupereerd door de monopolisten van de rijkdom, de koningen, aristocraten, aartsbisschoppen, parasieten, patriarchen, bankiers en de paus van Rome. Het werd een dekmantel voor hun misdaden. Er is geen twijfel mogelijk dat er tussen de leer van het primitieve christendom, zoals dit ontwikkelde uit het bewustzijn van de plebejers, en het officiële katholicisme of de orthodoxie nog steeds een kloof bestaat, net zoals die er is tussen de leer van Marx die doordrongen is van revolutionair denken en revolutionaire wil en de verachtelijke overblijfselen van burgerlijke ideeën die gevolgd worden door de Scheidemanns en Eberts van alle landen. Door middel van de leiders van de sociaaldemocratie heeft de burgerij een poging gedaan om de geestelijke bezittingen van de arbeidersklasse te plunderen en werden de eigen misdaden toegedekt onder de vlag van het marxisme. We moeten hopen, kameraden, dat deze vreselijke misdaad de laatste zal zijn waarvoor de Scheidemanns en Eberts verantwoording moeten afleggen. De Duitse arbeidersklasse heeft zwaar geleden door de rol van diegenen die aan het hoofd ervan stonden, maar dit feit zal niet zomaar zonder sporen vergeten worden. Het bloed van Karl Liebknecht en Rosa Luxemburg schreeuwt. Dit bloed zal tot actie leiden op de voetpaden van Berlijn en van het Potsdamplein waar Liebknecht tot opstand tegen oorlog en kapitaal opriep. Vroeg of laat zullen er barricaden opgeworpen worden op de straten van Berlijn tegen de volgzame schoothonden van de burgerlijke samenleving, tegen de Scheidemanns en de Eberts!

In Berlijn hebben de slachters de Spartakistenbeweging, de Duitse communisten, de kop ingedrukt. Ze hebben de twee meest inspirerende voortrekkers uitgeschakeld en vandaag vieren ze hun overwinning. Maar het is geen echte overwinning omdat er nog geen openlijke en volledige strijd was, er was nog geen opstand van de Duitse arbeidersklasse in naam van de verovering van de politieke macht. Er was slechts een machtige verkenningsoperatie, een missie om diep in het kamp van de tegenstander binnen te dringen. Deze verkenning gaat het conflict vooraf, maar er is nog geen conflict. Deze diepgaande verkenning is noodzakelijk voor de Duitse arbeidersklasse, net zoals het voor ons nodig was in de Julidagen. Jammer genoeg zijn twee van de beste aanvoerders omgekomen bij deze operatie. Dit is een vreselijk verlies, maar geen absolute nederlaag. De strijd moet nog komen.

De betekenis van wat in Duitsland gebeurt, zal beter begrepen worden als we naar ons eigen verleden kijken. De loop van de gebeurtenissen en hun interne logica zijn bekend. Eind februari wierpen de massa’s de tsaar omver. In de eerste weken was er het gevoel dat de belangrijkste taak al vervuld was. Nieuwe mensen uit oppositiepartijen stapten naar voor. Het ging om mensen die nooit de macht hadden en nu het vertrouwen of semi-vertrouwen genoten van de massa’s. Dit vertrouwen stond al gauw onder druk. Petrograd bevond zich in de tweede fase van de revolutie en stond vooraan. In juli was het net als in februari de voorhoede van de revolutie die ver voorop liep. Maar deze voorhoede die de massa’s opriep tot een openlijke strijd tegen de burgerij en de verzoeningsgezinden betaalde een zware tol voor de verkenningsopdracht.

In de Julidagen brak de voorhoede van Petrograd met de regering-Kerenski. Dit was nog geen opstand zoals we die in oktober organiseerden. Dit was een confrontatie van de voorhoede waarvan de brede massa’s in de rest van het land het belang nog niet inzagen. In deze confrontatie maakten de arbeiders van Petrograd voor de massa’s van heel Rusland, maar ook van alle landen, duidelijk dat er achter Kerenski geen onafhankelijk leger stond en dat de krachten die achter hem stonden die van de burgerij waren, de Witte Garde, de contrarevolutie.

In juli leden we een nederlaag. Kameraad Lenin moest onderduiken. Sommigen onder ons belandden in de gevangenis. Onze kranten werden onderdrukt. De sovjet van Petrograd werd hard aangepakt. De drukkerijen van de partij en van de sovjet werden vernield. Het geweld van de Zwarte Honderd heerste overal. Anders gezegd: we zagen hetzelfde als wat nu in de straten van Berlijn gebeurt. Maar destijds twijfelde geen enkele oprechte revolutionaire eraan dat die Julidagen slechts de voorloper op onze overwinning vormden.

De afgelopen periode is er een gelijkaardige situatie ontwikkeld in Duitsland. Zoals het met Petrograd bij ons gebeurde, loopt Berlijn voor op de rest van de massa’s. Zoals bij ons roepen alle vijanden van de Duitse arbeidersklasse: “We kunnen niet onder de dictatuur van Berlijn blijven, het Spartakistische Berlijn moet geïsoleerd worden, we moeten een grondwetgevende vergadering bijeenroepen en het uit het rode Berlijn weghalen naar een gezondere stad in Duitsland, zodat het niet onder de propaganda van Karl Liebknecht en Rosa Luxemburg valt.” Alles wat onze vijanden ons lieten ondergaan en alle kwaadaardige agitatie en smerige laster tegen ons, werd in een Duitse vertaling gericht tegen de Berlijnse arbeidersklasse en zijn leiders Liebknecht en Luxemburg. De verkenningsopdracht van de Berlijnse arbeidersklasse ontwikkelde breder en diepgaander dan bij ons in juli, het aantal slachtoffers en de verliezen zijn eveneens groter. Dit kan verklaard worden door het feit dat de Duitsers de geschiedenis maakten waar wij al doorgegaan zijn; de Duitse burgerij en de militaire machine hadden de ervaring van juli en oktober in Rusland al opgenomen. En wat nog belangrijker is: de klassenverhoudingen zijn veel scherper in Duitsland, de heersende klassen zijn veel steviger, slimmer, actiever en dus ook meedogenlozer.

Bij ons zaten er vier maanden tussen de Februarirevolutie en de Julidagen. De arbeidersklasse van Petrograd had een kwart van een jaar nodig vooraleer de onweerstaanbare drang er was om op straat te komen in een poging om de zuilen waarop de tempel van het regime van Kerenski en Tsereteli rustte omver te werpen. Na de nederlaag van de Julidagen duurde het nog eens vier maanden vooraleer de grote reservekrachten uit de provincies zich achter Petrograd schaarden waardoor we, met de zekerheid van een overwinning, een direct offensief konden opzetten tegen de bastions van het privaat bezit. Dat was in oktober 1917.

In Duitsland vond de eerste revolutie, waarmee de monarchie ten val kwam, plaats in november. En nu zien we begin januari al de tegenhanger van onze Julidagen. Betekent dit dat de Duitse arbeidersklasse de revolutie op een kortere tijd kan doorvoeren? Waar wij vier maanden voor nodig hadden, gebeurt hier op twee maanden. Laten we hopen dat dit ritme aangehouden wordt. Misschien zullen er dan tussen de Duitse Julidagen en de Duitse Oktober geen vier maanden liggen, maar minder - misschien zullen twee maanden voldoende zijn en misschien zelfs minder. Maar wat er ook gebeurt, één zaak staat vast: de schoten waarmee Karl Liebknecht in de rug is gedood vinden een echo doorheen Duitsland. Deze echo weerklinkt als een doodsvonnis voor de Scheidemanns en de Eberts, zowel in Duitsland als elders.

We hebben hier een requiem voor Karl Liebknecht en Rosa Luxemburg gebracht. De leiders zijn niet meer. We zullen hen nooit meer levend zien. Maar kameraden, hoeveel van jullie hebben hen ooit in levende lijve gezien? Een kleine minderheid. En toch waren Karl Liebknecht en Rosa Luxemburg de afgelopen maanden steeds onder ons. Op meetings en congressen hebben jullie Karl Liebknecht als erevoorzitter verkozen. Hij was er zelf niet bij - hij kon Rusland niet binnen geraken - en toch was hij onder jullie, hij zat aan jullie tafel als eregast, als jullie medestander. Zijn naam betekende immers meer dan die van een gewone mens, hij stond voor al het beste, moedigste en nobelste in de arbeidersklasse. Als we denken aan een man die zichzelf opofferde voor de onderdrukten, er volledig voor ging, iemand die zich nooit verstopte of zijn standpunten afzwakte voor de vijand, dan denken we meteen aan Karl Liebknecht. Hij is ons bewustzijn en het geheugen van de mensen binnengetreden als de heldhaftigheid van actie. Toen het militarisme in het kamp van onze vijanden alles overheerste en alle andere standpunten had vertrappeld, toen al wie de plicht had om te protesteren zweeg, toen het leek alsof er nergens enige ademruimte was, toen sprak Karl Liebknecht als een strijder. Hij zei: “Jullie heersende tirannen, militaire slachters, plunderaars, jullie volgzame lakeien, jullie vertrappelen België en terroriseren Frankrijk, jullie willen de hele wereld onderdrukken en jullie denken dat je niet tot de orde kan geroepen worden. Maar ik zeg jullie: wij zijn met weinig, maar wij zijn niet bang van jullie. We verklaren jullie de oorlog en we zullen de massa’s doen opstaan om deze oorlog tot het einde te voeren.” Dit zijn de vastberadenheid en de heldhaftige moed die van Karl Liebknecht een onvergetelijke figuur van de wereldwijde arbeidersklasse maken.

Aan zijn zijde staat Rosa, een voorvechtster van de arbeidersklasse die zijn gelijke is. Hun tragische dood en hun strijdposities brachten hun namen samen in een bijzondere en voor altijd onbreekbare band. Ze zullen steeds samen genoemd worden: Karl en Rosa, Liebknecht en Luxemburg.

Weet je waar legendes over heiligen en hun eeuwig leven op gebaseerd zijn? Op de nood van mensen om de herinnering aan wie hen op een of andere wijze leidde levendig te houden, op het streven om de persoonlijkheid van leiders te vereeuwigen door er heiligen van te maken. De realiteit waarin we nu leven is voldoende voor ons, deze realiteit is op zich immers legendarisch. Het zijn de ontwakende krachten in de geesten van de massa’s en hun leiders die zorgen voor de ontwikkeling van schitterende figuren die boven de mensheid uitsteken.

Karl Liebknecht en Rosa Luxemburg zijn dergelijke eeuwige figuren. We zijn ons bewust van hun aanwezigheid met een sterke, bijna fysieke, nabijheid. Op dit tragische ogenblik denken we aan de beste arbeiders van Duitsland en de hele wereld die dit nieuws kregen en die in rouw zijn. We ervaren de scherpte en bitterheid even hard als onze Duitse broeders. We zijn internationalisten in ons lijden net zoals we dat in al onze strijdbewegingen zijn.

Voor ons was Liebknecht niet gewoon een Duitse leider. Voor ons was Rosa Luxemburg niet gewoon een Poolse socialiste die aan het hoofd van de Duitse arbeiders stond. Neen, ze waren beiden onderdeel van de wereldwijde arbeidersklasse en we zijn onlosmakelijk met hen verbonden. Tot hun laatste adem behoorden ze niet tot een natie maar tot de Internationale.

Ter informatie voor de Russische werkende mannen en vrouwen moeten we opmerken dat Liebknecht en Luxemburg bijzonder dicht bij de Russische revolutionaire arbeidersklasse stonden en dit vooral op de meest moeilijke ogenblikken. Het appartement van Liebknecht was het hoofdkwartier van de Russische ballingen in Berlijn. Toen we in het Duitse parlement of de Duitse media wilden protesteren tegen de diensten van de Duitse heersers voor de Russische reactie, dan richtten we ons in de eerste plaats aan Karl Liebknecht en hij klopte op alle deuren en protesteerde bij iedereen, ook bij Scheidemann en Ebert, om hen ertoe te verplichten zich uit te spreken tegen de misdaden van de Duitse regering. We keken ook steeds naar Liebknecht als één van onze kameraden materiële steun nodig had. Liebknecht was onvermoeibaar als het Rode Kruis van de Russische Revolutie.

Op het congres van de Duitse sociaaldemocraten in Jena, waar ik eerder naar verwees en waar ik als bezoeker aanwezig was, vroeg het presidium op initiatief van Liebknecht me om te spreken over de resolutie die dezelfde Liebknecht had ingediend om het geweld en de brutaliteit van de tsaristische regering in Finland aan te klagen. Met enorme zorgvuldigheid bereidde Liebknecht zijn eigen toespraak voor. Hij verzamelde feiten en cijfers en stelde me gedetailleerde vragen over de handelsrelaties tussen tsaristisch Rusland en Finland. Maar voor de kwestie besproken werd (ik moest na Liebknecht spreken) kwam er een telegram over de moord op Stolypin in Kiev. Dit telegram maakte een grote indruk op het congres. De eerste vraag die bij de leiding opkwam, was of het gepast zou zijn dat een Russische revolutionair een Duits congres zou toespreken op een ogenblik dat een andere Russische revolutionair een moord had gepleegd op de Russische premier. Deze gedachte kwam zelfs bij Bebel op, de oude man die drie koppen uitstak boven de andere leden van het Centraal Comité hield niet van ‘nodeloze’ complicaties. Hij zocht me meteen op en stelde vragen: “Wat betekent deze moord? Welke partij kan er verantwoordelijk voor zijn? Dacht ik dat mijn toespraak onder deze voorwaarden de aandacht van de Duitse politie zou opwekken?” Ik vroeg de oude man voorzichtig: “Ben je bang dat mijn toespraak tot problemen zal leiden?” “Ja,” antwoordde Bebel. “Ik moet toegeven dat ik liever heb dat je niet spreekt.” “Natuurlijk,” antwoordde ik. “In dat geval kan er geen sprake van zijn dat ik spreek.” Daarop gingen we uiteen.

Nog geen minuut later kwam Liebknecht letterlijk op me afgelopen. Hij was buiten adem van opwinding. “Is het waar dat ze voorgesteld hebben dat je niet spreekt,” vroeg hij me? “Ja,” antwoordde ik, “ik heb het er net met Bebel over gehad.” “En stemde je daarmee in?” “Hoe kon ik er niet mee instemmen,” antwoordde ik, “ik ben hier niet de baas maar een bezoeker.” “Dat is een schandalige daad van ons presidium. Het is vreselijk, een nooit gezien schandaal, ellendige lafheid!” Liebknecht uitte zijn verontwaardiging in een toespraak waarin hij genadeloos uithaalde naar de tsaristische regering, ondanks waarschuwingen van het presidium achter de schermen om geen ‘nodeloze’ complicaties te creëren door de tsaristische monarchie te beledigen.

Van in haar jeugd stond Rosa Luxemburg aan het hoofd van die Poolse sociaaldemocraten die nu samen met de zogenaamde ‘Lewica’, de revolutionaire vleugel van de Poolse Socialistische Partij, de Communistische Partij gevormd hebben. Rosa Luxemburg sprak prachtig Russisch, ze had een grote kennis van de Russische literatuur, volgde het Russische politieke leven op de voet, had nauwe banden met Russische revolutionairen en deed alle moeite om over de revolutionaire stappen van de Russische arbeidersklasse in de Duitse media te berichten. In haar tweede thuisland, Duitsland, slaagde Rosa Luxemburg er met haar kenmerkende talenten in om niet alleen de Duitse taal perfect te beheersen, maar ook om het Duitse politieke leven volledig te begrijpen. Ze nam een van de meest prominente plaatsen in de oude bebelistische sociaaldemocratische partij in. Daar bleef ze heel haar leven aan de radicale linkerkant.

In 1905 leefden Karl Liebknecht en Rosa Luxemburg in de meeste oprechte betekenis mee met de gebeurtenissen van de Russische Revolutie. Rosa Luxemburg verliet Berlijn in 1905 om naar Warschau terug te keren. Ze deed dit niet als Poolse maar als revolutionaire activiste. Toen ze op borgtocht vrijkwam uit de citadel van Warschau, trok ze illegaal verder naar Petrograd waar ze in 1906, onder een valse naam, verschillende vrienden in de gevangenis bezocht. Ze keerde naar Berlijn terug en voerde haar strijd tegen het opportunisme op. Tegenover dat opportunisme plaatste ze de weg en de methoden van de Russische Revolutie.

Samen met Rosa beleefden we de grootste tegenspoed die de arbeidersklasse ooit kende. Ik heb het over het schandelijke bankroet van de Tweede Internationale in augustus 1914. Samen met haar hebben we de vlag van de Derde Internationale omhoog gebracht. En nu, kameraden, met het werk dat we dagelijks uitvoeren, blijven we trouw aan de erfenis van Karl Liebknecht en Rosa Luxemburg. Als we hier in het nog steeds koude en hongerige Petrograd de basis leggen voor een socialistische staat, dan treden we op in de geest van Liebknecht en Luxemburg. Als ons leger vooruitgang boekt aan het front, is het met bloed de erfenis van Liebknecht en Luxemburg aan het verdedigen. Hoe vreselijk is het dat we henzelf niet konden verdedigen!

In Duitsland is er geen Rood Leger aangezien de macht nog in handen van de vijanden is. We hebben nu een leger en het wordt groter en sterker. In afwachting dat een leger van de Duitse arbeidersklasse de rangen zal aaneensmeden onder de vlag van Karl en Rosa, zal het de taak van ons allemaal blijven om in ons Rode Leger iedereen te informeren over wie Liebknecht en Luxemburg waren, waarom ze gestorven zijn en waarom hun herinnering heilig is voor elke soldaat van het Rode Leger en voor elke werkende en boer.

De slag die ons toegebracht is, komt ondraaglijk hard aan. Toch kijken we niet alleen hoopvol, maar ook met zekerheid vooruit. Ondanks het feit dat er vandaag een golf van reactie door Duitsland gaat, verliezen we geen enkel ogenblik ons vertrouwen dat ook daar een rode Oktober nabij is. De grote strijders zijn niet tevergeefs gevallen. Hun dood zal gewroken worden. Hun schaduwen zullen krijgen wat hen toebehoort. We zullen ons tot hun schaduwen richten en zeggen: “Rosa Luxemburg en Karl Liebknecht, jullie behoren niet langer tot de levenden maar jullie zijn onder ons aanwezig. We voelen jullie sterke geest, we zullen onder jullie vlag vechten, onze strijdkrachten zullen jullie morele grootsheid dragen. En elk van ons zweert dat als het uur komt en als de revolutie het vraagt, we zonder wankelen ons leven geven voor dezelfde vlag als die waarvoor jullie gevallen zijn, vrienden en kameraden, Rosa Luxemburg en Karl Liebknecht.”

De Revolutionaire Communistische Internationale (RCI) verwerpt de misdadige militaire aanval van de Verenigde Staten tegen Venezuela! We staan onvoorwaardelijk achter de verdediging van Venezuela tegen het Amerikaans imperialisme, los van onze kijk op de Venezolaanse regering. Lees hier de verklaring van de RCI, die wij naar het Nederlands vertaalden.

Als communisten eisen we dat het kapitalisme wordt vervangen door een economisch systeem op basis van de nationalisatie van de productiemiddelen en economische planning.

Het grote probleem met de gevestigde burgerlijke media is niet enkel de flagrante leugens die ze propageren, maar vooral het perspectief vanwaaruit ze naar de maatschappij kijken en erover berichten.

Miljoenen mensen, vooral jongeren, gebruiken AI-chatbots voor gezelschap. Character.AI, dat $ 1 miljard waard is, heeft 20 miljoen gebruikers die gemiddeld meer dan een uur per dag met zijn bots praten. Met de app kunnen gebruikers vanaf 13 (de populairste bots zijn aantrekkelijk voor tieners) instellingen gebruiken zoals “High School Simulator” en “Je beste vriend die in het geheim verliefd op je is.”

Terwijl we richting het jaar 2026 gaan, heeft Chat GPT 700 miljoen wekelijkse gebruikers en zal de gemiddelde jongere 25 jaar van zijn leven op een scherm scrollen. Deze technologie, die tot stand is gebracht door de grootste concentratie van kapitaal die de mensheid ooit heeft gezien, is 100 procent winstgedreven en niemand weet wat het op lange termijn precies met onze hersenen zal doen.

Het geduld van de werknemers van de autogigant is op. Op 20 november begon een algemene staking van onbepaalde tijd in de Valeo-fabrieken in Chrzanów, Trzebinia en Myślowice in Polen. Na het mislukte laatste-kansoverleg en een serie waarschuwingsstakingen verlieten de werknemers de productielijnen. Niet alleen een loonsverhoging van 1000 PLN maar — zoals de werknemers zelf stellen — ook het herstel van hun waardigheid staat op het spel.

Deze zomer keurde de Belgische regering, via haar minister van Binnenlandse Zaken Bernard Quintin (MR), een wetsontwerp goed dat tot doel heeft “radicale en extremistische” organisaties in België te verbieden.

De tweede actiedag van de driedaagse staking in Antwerpen kan een succes genoemd worden. De haven van Antwerpen lag gedeeltelijk plat, ook door de gezamenlijke actie in Zeebrugge konden een 65-tal schepen niet uitvaren. Wat altijd een opsteker betekent voor de andere sectoren!

We hebben in voorgaande artikels de noodzaak uiteengezet van een meer georganiseerd antwoord van de kant van de arbeidersorganisaties, in het bijzonder de vakbonden. Maar het is ook essentieel dat politieke organisaties die geworteld zijn in de arbeidersklasse, de linkse partijen, een positieve rol spelen om de beweging vooruit te helpen.

Geen enkel land is immuun voor deze wereldwijde opstand. Ook hier is het mogelijk de regering en de burgerlijke instellingen op hun kop te zetten of zelfs te doen verdwijnen. Uit een laatste peiling blijkt dat de regeringscoalitie geen meerderheid meer heeft. Ook is het vertrouwen in de staatsinstellingen erg laag.

Nieuwe wetsvoorstellen van MR en N-VA bedreigen opnieuw het stakingsrecht en de syndicale vrijheid. Patrick Humblet fileert hun zoveelste poging.

In Sint-Gillis kwamen 150 scholieren en onderwijspersoneelsleden samen op het Moricharplein om van daaruit, en passant langs de MR, naar de samenkomst van CGSP-Enseignement voor het ministerie te trekken.

De Tweede Kamerverkiezingen van 2025 zijn achter de rug. Na een nek-aan-nekrace heeft D66 onder Rob Jetten nipt de PVV van Geert Wilders verslagen en wordt ze voor het eerst ooit de grootste partij. Wat zijn de vooruitzichten voor Nederland?

Tien redenen om deel te nemen aan de antimilitaristische conferentie op 15 november | 13u tot 18u | Overwinningstraat 26 te 1060 Brussel

In een periode waarin de kwestie van intimidatie en geweld tegen vrouwen, femicide in het bijzonder, steeds meer in de spotlights is komen te staan in Nederland, is de gruwelijke moord op de 17-jarige Lisa het symbool geworden van dit probleem.

Intimidatie en geweld tegen vrouwen zijn overal. Op scholen en universiteiten; in het uitgaansleven; op straat en in parken; maar ook juist in de huiselijke sfeer. Van pesterijen en betastingen, tot aanranding en verkrachtingen, tot moorden.

Reactie vanuit de samenleving

De moord op de 17-jarige Lisa, die na een avondje uitgaan in Amsterdam op weg naar huis werd vermoord door dezelfde man die waarschijnlijk ook de week ervoor een andere vrouw seksueel misbruikt had, heeft geleid tot een golf van woede.

Een post van schrijfster Nienke ‘s Gravemade over het opeisen van de nacht, met de hashtag #rechtopdenacht ging viral, en leidde ook tot de campagne “Wij eisen de nacht op”. Interviews van kranten en televisieprogramma’s met jonge vrouwen en meisjes op uitgaansavonden gaven een duidelijk beeld van hoe structureel het probleem is van intimidatie, betastingen, dat je moet opletten dat er niets in je drankje gedaan wordt.

Het is zo’n ‘normaal’ feit dat veel mensen dit als onvermijdelijk zien, dat bij velen de gedachte “wat deed zo’n 17-jarig meisje daar zo laat alleen?” door het hoofd ging, om daarna gevolgd te worden door schaamte, door “hoe kan ik zo denken?”

Niet alleen het opeisen van de nacht, wat zeer belangrijk is, maar ook de bredere kwestie van geweld en intimidatie tegen vrouwen radicaliseert nu veel (vrouwelijke, maar ook mannelijke) jongeren. De terugkeer van de actiegroep Dolle Mina, die demonstraties organiseert rond vrouwenrechten en tegen geweld, is een teken hiervan.

Femicides

Er wordt in Nederland gemiddeld iedere 8 dagen een vrouw vermoord. Afgezet tegen het aantal inwoners, stond Nederland in 2022 in de top 3 van Europese landen met de meeste femicides (Eurostat).

Terwijl het totaal aantal moorden in Nederland gedaald is in vergelijking met het begin van de eeuwwisseling, is het aantal moorden op vrouwen minder snel gedaald dan dat op mannen.

De daders van moorden op vrouwen hebben een ander profiel dan die bij moorden op mannen. In de periode 2020-24 werden 51,6% van de moorden op vrouwen gepleegd door de (ex-partner), 20% van de moorden door familieleden, en 15,8% door overige kennissen. Slechts 12,6% vond dus plaats door vreemden of onderlinge vetes van criminelen.

Bij mannen daarentegen is het aantal moorden in zijn totaal hoger (76 tegenover 44 in het jaar 2024), maar zijn er veel meer moorden toe te schrijven aan de gevolgen van criminaliteit of ruzies en wraakacties van kennissen. Slechts 17% van de moorden op mannen vindt plaats door de (ex-)partner of een familielid.

Wat betreft de daders van moorden op zowel vrouwen als mannen, is dit in 9 van de 10 gevallen een man. (Alle bovengenoemde cijfers over moorden van het CBS.)

De cijfers met betrekking tot moorden op vrouwen laten zien dat er een kwalitatief verschil is; dat deze moorden het ernstigste verschijnsel zijn van de structurele onderdrukking van vrouwen in de huidige maatschappij.

Poging tot racistische afleiding

De felle reacties vanuit de samenleving, vooral deze die het afschilderen als een structureel probleem, hebben bij reactionaire partijen, media en individuen tot hoofdpijn geleid. Zij willen immers altijd cashen als er een moord plaatsvindt, om te pleiten voor meer politie en repressie.

Dat er op tv en in de kranten genoemd werd dat er sprake is van een groter probleem, dat de daders van geweld en intimidatie tegen vrouwen allerlei soorten mannen kunnen zijn, leidde tot een tegenreactie.

Partijen als PVV, BBB, JA21 en FvD, samen met media als de Telegraaf, zijn begonnen met een tegencampagne om de moord op Lisa als het gevolg van ‘open grenzen’ af te schilderen. Het feit dat de verdachte in een asielzoekerscentrum overnachtte en (waarschijnlijk) uit Nigeria komt, wordt gebruikt voor een campagne van opstokerij tegen asielzoekers uit Afrika, het Midden-Oosten en Azië. Deze racistische campagne heeft als doel om de bewustwording over geweld tegen vrouwen de kop in te drukken en de woede te kanaliseren richting anti-migratie en anti-asiel-politiek.

Waar er in de afgelopen periode oprechte herdenkingen voor Lisa plaatsvonden in de 17e minuut van Eredivisie-voetbalwedstrijden, werd dit bij bepaalde wedstrijden gekaapt door Nederlandse vlaggen mee te nemen en in een paar gevallen zelfs de (door de NSB gebruikte) prinsenvlag.

Rechtse politici proberen elk debat over geweld tegen vrouwen te vervormen door er racistische propaganda van te maken. Op cynische wijze gebruiken ze het leed van slachtoffers om verdeeldheid te zaaien binnen de arbeidersklasse. Hun hypocrisie is nu duidelijker dan ooit: in de meeste gevallen waarin vrouwen slachtoffer zijn van geweld, wordt dit door dezelfde politici genegeerd of in de doofpot gestopt, behalve wanneer er migranten bij betrokken zijn. Dezelfde PVV die tegen verschillende plannen stemde om femicide en geweld tegen vrouwen harder te bestrijden, schreeuwt nu het hardst om maatregelen tegen asielzoekers aangezien de dader van de moord op Lisa in een AZC verbleef.

Voor even proberen rechtse politici zich voor te doen als verdedigers van vrouwenrechten, of zelfs als ‘feministen’. Het probleem met dit rechtse feminisme is dat het losstaat van de klassenstrijd. Daardoor kan het gemakkelijk misbruikt worden voor dit soort reactionaire doeleinden. In plaats van de kwestie van vrouwenonderdrukking te zien als een sociale kwestie die verbonden is met maatschappijverandering door middel van de strijd van de arbeidersbeweging, wordt het herleid tot een kwestie van cultuur of moraliteit.

Dit hebben we eerder gezien bij de invasies van Afghanistan en Irak, waarbij feminisme werd misbruikt als ideologisch wapen, om zogenaamd vrouwen te bevrijden. Vandaag wordt dezelfde methode toegepast om vluchtelingen en migranten te demoniseren. Op korte termijn kan het een bepaald effect hebben en mensen richting de PVV duwen. Steeds meer mensen prikken echter door deze leugens heen, waardoor dit instrument van reactionaire propaganda zijn kracht verliest. Voor vele vrouwen, ook degene met racistische vooroordelen, is het duidelijk dat dit geen probleem is van alleen asielzoekers, maar dat het in de hele samenleving speelt.

Inmiddels hebben de bewoners van het AZC waar de verdachte verbleef, een stille tocht gehouden voor de vermoorde Lisa. Daarbuiten zien we een hele reeks marsen in allerlei Nederlandse steden, om zich uit te spreken tegen geweld tegen vrouwen.

Jonge vrouwen en mannen staan op

Onderdeel van de beweging zijn ook symbolische fietstochten in de avond (georganiseerd door de Dolle Mina’s) door stadscentra om het probleem aan te kaarten en de nacht op te eisen. Sommige van deze fietstochten zijn op schandalige wijze door groepen mannen, dronken of niet, aangevallen. Meerdere vrouwelijke deelnemers hebben aangifte gedaan vanwege seksuele intimidatie tijdens en na de fietstocht. Dit laat alleen maar zien hoe groot het probleem is.

Sommigen roepen op tot meer politie bij deze marsen, en/of in het algemeen op straat, om vrouwen te beschermen. Hoewel we uiteraard iedereen die slachtoffer is geworden, adviseren om z.s.m. aangifte te doen, moeten we hier een kanttekening plaatsen.

Uit een onderzoek van Plan International uit 2023 geeft slechts 1 op de 10 meisjes aan aangifte van een ongewenste seksuele ervaring te hebben gedaan. Van de meisjes die naar de autoriteiten stapt, werd ruim een kwart (27%) niet serieus genomen. 15% van hen werd afgeraden aangifte te doen. Dit wijst op een structureel probleem van seksisme binnen het politieapparaat.

Oproepen om meer politie op straat te brengen lossen niets op zolang vrouwen niet eens serieus genomen worden. Uit onderzoek binnen het Rotterdamse politiekorps vorig jaar bleek bovendien dat er niet alleen sprake is van wijdverspreid racisme, maar ook van seksisme en seksueel grensoverschrijdend gedrag, zowel tegenover collega’s als op straat. Het is dan ook duidelijk dat we ons vertrouwen niet kunnen leggen in een instituut dat hoofdzakelijk de belangen van de heersende klasse dient en in de kern reactionair is.

Dit alles is zeker niet bemoedigend. De waarheid is dat deze beweging dan ook alleen op haar eigen krachten kan rekenen. Tijdens demonstraties als deze moet de ordedienst serieus worden georganiseerd. Het is nodig om haar te organiseren uit politiek onderlegde mensen die in staat zijn om de mars met zo min mogelijk incidenten te laten verlopen, maar tegelijkertijd beschikken over middelen ter zelfverdediging als demonstranten worden geïntimideerd of aangevallen. Wij zijn voor vreedzame demonstraties, maar we moeten ons ook kunnen verdedigen als dat nodig is. De opvatting dat we niet met geweld mogen reageren op geweld omdat we dan even slecht zijn als de aanvaller, is een traditioneel idee van de heersende klasse dat niet thuishoort in de beweging van onderdrukte en uitgebuite groepen.

Tegelijkertijd is het fundamenteel om de beweging uitbreiden en de strijd te brengen naar scholen, universiteiten, werkplekken. De bredere arbeidersbeweging moet worden opgeroepen om de vrouwenbeweging te verdedigen en te versterken. We zullen dan wel zien of er nog lafaards zijn die van plan zijn om opnieuw aan te vallen!  

Waar komt dit probleem nu eigenlijk vandaan?

De hele kwestie van ongelijkheid tussen man en vrouw, en het geweld tegen vrouwen, speelt wereldwijd. We hebben hier niet te maken met een “cultureel probleem” (hoewel er zeker een culturele dimensie is), maar met een kwestie die diep ingeworteld is in de klassensamenleving. En het is van groot belang om te begrijpen waarom dat zo is.

Zonder te begrijpen waarom geweld tegen vrouwen bestaat, is er geen oplossing mogelijk. Vaak wordt gedacht dat dit simpelweg komt doordat mannen van nature sterker en gewelddadiger zijn. Dit was ook het standpunt van een aantal radicale feministen in de jaren zestig en zeventig. Shulamith Firestone stelde bijvoorbeeld dat vrouwen door hun biologische rol altijd een ondergeschikte klasse waren. Betty Friedan beweerde dat mannen slachtoffer waren van een ouderwets mannelijkheidsideaal:

“[W]aardoor ze zich onnodig zwak voelden als er geen beren te doden waren”, dus dan maar vrouwen... In beide gevallen wordt geweld gezien als iets dat zogenaamd “in de natuur van de man” ligt.

Deze redenering werd ook herhaald door reactionaire figuren zoals Jordan Peterson, die beweerde dat mannen gewelddadig worden als zij geen seks krijgen. Daarmee worden de huidige sociale verhoudingen simpelweg teruggeprojecteerd op de hele menselijke geschiedenis. Maar het verleden was niet een minder ontwikkelde versie van nu: er bestonden samenlevingen zonder structureel geweld tegen vrouwen. Zo toonde onderzoek naar de San in Zuid-Afrika aan dat huiselijk geweld daar vrijwel onbekend was. Ook bij de Bison Horn Maria in India komen verkrachting en seksueel geweld niet voor. In dit soort gemeenschappen, zonder klassen en privébezit, golden andere sociale verhoudingen waarin vrouwen bescherming vonden in hun uitgebreide families.

Met het ontstaan van privébezit veranderde dit ingrijpend. In het oude Sumerië werd overspel bijvoorbeeld zwaarder bestraft dan verkrachting, en vrouwen golden als eigendom van hun vader of echtgenoot. Friedrich Engels wees er in De oorsprong van het gezin, van de particuliere eigendom en van de staat op dat de onderdrukking van vrouwen samenvalt met de opkomst van privébezit, dat vanaf het begin in handen van mannen lag. Mannen moesten zekerheid hebben over hun nageslacht om hun bezit te erven, waardoor strikte monogamie werd afgedwongen en de seksualiteit van vrouwen werden onderdrukt. Het werk van mannen leverde economische overschotten op waarmee het patriarchaat ontstond als gevolg van deze klassenverdeling.

Zo werd de vrouw in de nieuwe familieorde gereduceerd tot huisslaaf van de man. De ideeën die daarbij hoorden, rechtvaardigden deze onderdrukking – zoals in de christelijke scheppingsmythe, waarin Eva wordt afgeschilderd als oorzaak van alle zonde en ellende.

We kunnen de gevolgen van deze eigendomsverhouding tot op de dag van vandaag nog steeds zien. Ondanks dat in geavanceerde kapitalistische landen na decennia van strijd nu min of meer geaccepteerd wordt dat vrouwen gelijke rechten hebben, verdienen vrouwen gemiddeld minder inkomen, zijn ze oververtegenwoordigd in het uitvoeren van huishoudelijke en zorgtaken, en zijn ze nog steeds het slachtoffer van intimidatie en geweld door mannen die menen recht te hebben op het lichaam van vrouwen. Zelfs in de meest ‘liberale’ landen wordt er anders gekeken naar het seksuele gedrag van vrouwen dan dat van mannen, met afkeer van de te ‘losbandige’ vrouw. Duizenden jaren van klassensamenleving hebben hun stempel gedrukt op de maatschappij.

In het tijdperk van kapitalistisch verval zien we niet alleen hoe bezuinigingen op zaken als zorg vrouwen het hardst raken, maar ook hoe delen van de heersende klasse reactionaire standpunten promoten over het terugdraaien van het recht op abortus. Jonge mannen en jongens die in deze tijden van onzekerheid over de toekomst opgroeien, worden slachtoffer van reactionaire politici en social media persoonlijkheden zoals Jordan Peterson en Andrew Tate, die hun uitleggen dat al hun problemen veroorzaakt worden door ‘feminisme’ en de verbeterde omstandigheden van meisjes en vrouwen.

Revolutionaire strijd

Wat er met Lisa is gebeurt is iets waar elke vrouw continu voor vreest. Dit is geen manier van leven en we moeten dit niet accepteren. Genoeg is genoeg. Femicides zijn een zorgwekkend symptoom van een terminaal ziek systeem. We steunen de nieuwe generatie vrouwen en mannen die opstaat tegen gendergerelateerd geweld.

Uiteraard steunen we iedere progressieve hervorming om geweld tegen vrouwen in te perken. Denk bijvoorbeeld aan: meer verplichte aandacht voor geweld en femicide in het onderwijs; hervormingen in het strafrecht; het betrekken van comités van vrouwen bij de (her)inrichting van de publieke ruimte; betere verlichting in de publieke ruimte; meer investeringen in blijf-van-mijn-lijfhuizen. Vrouwen moeten daarnaast zichzelf beter kunnen beschermen tegen aanvallers, door een versoepeling van de wapenwetgeving waardoor zaken als pepperspray niet meer verboden zijn.

Kleine hervormingen lossen diepgaande sociale problemen echter niet op, helemaal geen duizenden jaren oude problemen die verbonden zijn met de klassensamenleving zelf. De nadruk moet liggen op hoe de kwestie van ongelijkheid en geweld tegen vrouwen verbonden is met de hele kwestie van privébezit en kunstmatige schaarste in de samenleving.

Culturele veranderingen in hoe mannen (en vrouwen) naar vrouwen kijken, kunnen enkel gepaard gaan met een gezamenlijke strijd voor een betere wereld, voor een communistische wereld waarin we het gezamenlijk geproduceerde overschot gebruiken in het belang van alle vrouwen en mannen – met woningen, zorg en onderwijs en een goed leven gegarandeerd voor iedereen. Wanneer iedereen een goede levensstandaard heeft en uitbuiting verdwijnt, is de materiële basis voor vrouwonvriendelijke ideeën kleiner. Door de geschiedenis heen zien we ook hoe door de gezamenlijke strijd mannen meer respect krijgen voor vrouwen, zoals bij de Britse Mijnwerkersstaking van 1984.

Zelfs de bovengenoemde hervormingen zijn lastig te realiseren zonder systeemverandering. Bezuinigingen dwingen gemeenten ertoe om te besparen op straatverlichting en het snoeien van het groen in de openbare ruimte. Het woningtekort maakt het moeilijker om vrouwen in beschermde woningen te krijgen, naast dat het al voor het probleem zorgt dat vrouwen lastiger weg kunnen bij gewelddadige partners.

Laten we daarom blijven strijden: tegen geweld tegen vrouwen, voor het recht op de nacht, maar ook het recht op de dag, en het recht van iedereen op de door ons allen geproduceerde rijkdom.

De nacht is van ons allen, de dag is van ons allen, de rijkdom van de samenleving is van ons allen!

Weg met seksisme en geweld tegen vrouwen, weg met de klassensamenleving!

Bij Clarebout Potatoes brak een spontane staking uit omdat een aantal werknemers niet tevreden was met een premie van 500 € - een mooie geste volgens het management - en een groter deel van de koek wilde onder het motto “zonder ons geen bedrijf”.

Na de miljardenverkoop (3 à 4 miljard euro) van het bedrijf aan een Amerikaanse onderneming, eisen de arbeiders een ‘premie’, t.t.z. een deel van de koek.  De baas wil hen 500 euro geven, de arbeiders willen 10.000 euro. Dit zet kwaad bloed bij papa en zoon Clarebout. Ook andere bedrijfsleiders vinden dat niet te doen.

Wat er op vrijdag 3 oktober in Italië is gebeurd, kent zeer weinig precedenten. Denk er eens over na. Een politieke staking. Een politieke algemene staking. Een politieke algemene staking over de internationalistische solidariteit en tegen het imperialisme.

Tijdschrift Vonk

Layout Vonk 332 page 001 

Activiteiten

Onze boeken

Onze boeken

In Defence of Marxism - Marxist.com

Marxistische Jongeren op Facebook

Nieuwsbrief