Theorie

Tot juli 2018 is de expositie Zwart en Revolutionair te bekijken bij Vereniging Ons Suriname in Amsterdam, een expositie over het uiterst interessante leven van Otto en Hermina Huiswoud. Dit revolutionaire echtpaar was in de vergetelheid geraakt, maar is door inspanningen van New Urban Collective en The Black Archives weer in de spotlights gezet.

Er zijn boeken die je zo aangrijpen dat je er niet over uitgepraat geraakt. Het gaat verder dan de herkenning, ze zetten je aan het denken, houden je een spiegel voor en confronteren je met je eigen keuzes. De biografie die Rachel Holmes schreef over de jongste dochter van Karl Marx is zo’n boek: ze kreeg er zowel uit politieke als literaire hoek uitmuntende kritieken voor.

De eerste keer dat de internationale arbeidersbeweging grondig over de kwestie van arbeidsmigratie discussiëerde, was in 1907. In Stuttgart kwam toen het congres van de Tweede (socialistische) Internationale samen. Terwijl de rechtervleugel argumenteerde voor toelatingsvoorwaarden, behaalde de linkerzijde een klinkende overwinning. Lenin en Karl Liebknecht voorop, waren ze tegen het steunen van elk criterium.

Bertold Brecht, de grote voorvechter van het politieke toneel, wilde zijn publiek wakker schudden, uit hun comfortzone halen en doen nadenken. Het was niet langer de bedoeling dat je je zou vereenzelvigen met de held en jezelf zou verliezen in de illusie. De vervreemding van het vanzelfsprekende zou volgens hem leiden tot de broodnodige reflectie op de maatschappelijke realiteit. Kunst en maatschappijkritiek gingen hand in hand. Vanaf de jaren 70 tot midden 80 van de vorige eeuw maakte het politieke vormingstheater ook opgang in Vlaanderen.

Mei 68 was niet louter een studentenrevolte maar de grootste algemene staking ooit uit de geschiedenis. Tien miljoen arbeiders bezetten wekenlang hun bedrijven. Dit aantal kwam toen overeen met één vierde van de gehele Franse bevolking. Als je dat bedenkt is het wel vreemd dat de talrijke publicaties die de afgelopen jaren over de meigebeurtenis zijn uitgebracht, steeds weer lijken te vertrekken vanuit het beeld van de idyllische studenten: een hoop hippies die vooral tegen het gezag in de vrije liefde wilden bedrijven en drugs gebruiken.

Het Manifest van de Communistische partij is vandaag nog actueler dan bij zijn verschijning in 1848. Toen Marx en Engels hun werk schreven was het kapitalisme van de grote monopolies verre van verwezenlijkt. Desondanks leggen zij uit hoe de "vrije onderneming" en de concurrentie onvermijdelijk leiden tot kapitaalsconcentratie en monopolievorming van de productiekrachten. Dit langere artikel van Alan Woods gaat in op de historische context waarin het Manifest tot stand kwam en legt het verband met de situatie vandaag.

Als je vandaag, bijna 30 jaar na de val van de muur, Berlijn bezoekt krijg je een zeer eenzijdig beeld voorgeschoteld van het verleden. Busladingen scholieren uit alle uithoeken van Duitsland worden gedropt bij het “Museum van de voormalige DDR”, waar ze een karikatuur van het voormalige Oostblok te zien krijgen. Dat de rijke Duitse cultuurgeschiedenis niet zomaar te herleiden is tot het “Goede Westen” tegenover het “Foute Oosten” komt veel minder aan bod.

1967, de legendarische “Summer of Love” was het hoogtepunt van de hippiecultuur in Californië. Bij de vijftigste verjaardag ervan ging de voorbije maanden de meeste aandacht naar de vrije liefde die toen volop gepropageerd werd, de nieuwe drugs die overal verkrijgbaar waren en de prachtige muziek uit die tijd. Dat 1967 ook het jaar was waarin de oproepingsbrieven voor de Vietnamoorlog openbaar verbrand werden en er meer dan 100 000 in de straten van Washington opstapten tegen deze slachting kwam veel minder aan bod.