Theorie

“Wat men ook moge denken van het Bolsjevisme, het staat buiten kijf dat de Russische Revolutie één van de grootste gebeurtenissen is in de geschiedenis van de mensheid en dat het bewind van de Bolsjevieken een fenomeen van wereldwijd belang is.” John Reed, 1 januari 1919 (citaat uit “Tien dagen die de wereld deden wankelen”).

We vieren dit jaar de 100e verjaardag van de Russische revolutie. Eén van de opmerkelijkste figuren uit die tijd is ongetwijfeld Alexandra Kollontai, de eerste vrouwelijke minister in Lenins regering in 1917. Cathy Porter schreef een lezenswaardige biografie en kon hiervoor beroep doen op nog nooit eerder vrijgegeven bronnenmateriaal.

De turbulente tijden waarin we leven, brengen op treffende wijze het historische failliet van het reformisme aan het licht. Onder de term reformisme begrijpen we de stroming in de arbeidersbeweging die door geleidelijke hervormingen, binnen de grenzen van het kapitalisme, de sociale toestand van de arbeidersklasse wil verbeteren. Deze ideologie kan geen progressieve rol meer vervullen in onze maatschappij. De reden daarvoor moet gezocht worden in de bewegingswetten van het kapitalisme zelf; de even historische neergang van het systeem waarop het reformisme berust. Het kapitalisme kan geen progressieve rol meer spelen en het reformisme heeft zijn lot ermee verbonden. De crisis van het kapitalisme is daarom gelijk aan de crisis van het reformisme.

Twintig jaar geleden betoogden op 2 februari 70.000 mensen in de smalle straten van Tubize voor het behoud van tewerkstelling bij de Forges de Clabecq maar ook in het hele land. Een hoogtepunt in een strijd die voor opschudding zorgde bij de gevestigde orde in België.

De viering van de honderdste verjaardag (1917) van de Russische Oktoberrevolutie is van kolossaal belang voor iedereen die sleutelt aan de verandering van de maatschappij, zeker voor marxisten. Doormiddel van deze revolutie nemen, voor het eerste in de menselijke geschiedenis, arbeiders en boeren de macht uit handen van de grote kapitalisten en landeigenaars en beginnen de opbouw van een socialistische maatschappij. Dit was hen enkel voorgedaan door de Communards van Parijs die in 1871 kortstondig de ‘hemel hadden bestormd’.

De Amerikaanse Mary Gabriel kreeg als eerste Westerse journaliste toegang tot de archieven van de familie Marx in Moskou. De duizenden brieven die de gezinsleden elkaar schreven, de talloze getuigenissen van tijdgenoten lagen er onaangeroerd stof te vergaren. De officiële USSR geschiedschrijving wou kost wat kost het perfecte beeld van “het genie Marx” in stand houden, onder Stalin werd zelfs het feit dat Marx een onechte zoon had uit zijn biografie geschrapt.

Een ezel stoot zich geen tweemaal aan dezelfde steen… Maar om zich geen twee keer aan dezelfde steen te stoten moet de ezel wel begrijpen waarom hij dat de eerste keer gedaan heeft. Laten we ervan uitgaan dat de mens de ezel is, en het fascisme de steen. Bijna iedereen heeft al gehoord over het fascisme, maar helaas toont de realiteit aan dat zeer weinig mensen er de inhoud en de omvang van begrijpen. Het is nochtans van belang om te begrijpen hoe en waarom het fascisme is kunnen ontstaan.

De mens zou het beste presteren als hij in competitie gaat met anderen en daarom is het logisch dat ook onze maatschappij deze menselijke natuur weerspiegelt. Maar klopt deze uitspraak wel? Is de mens niet juist een sociaal wezen? Leidt juist samenwerken, zelfs over generaties heen, niet tot betere prestaties en vooruitgang? Dirk Van Duppen en Johan Hoebeke bewijzen dit in hun boek. Vanuit verschillende wetenschappelijke disciplines tonen zij aan dat de mens doorheen zijn evolutie die eigenschappen heeft geselecteerd die samenwerking en solidariteit bevorderen. In de strijd om te overleven als menselijke soort bleken die namelijk het beste te werken.